Kunstgeschiedenis

Kunstgeschiedenis najaar 2020

1. Karel Appel (14 september 2020)
2. Weense Art Nouveau (28 september 2020) 
3. Ethiopische iconen (12 oktober 2020)
4. Farah Diba en de kunsten (26 oktober 2020)
5. De grote ogen van Kees van Dongen (9 november 2020)
6. De wondere wereld van Rachel Ruysch (23 november 2020)

1.Karel Appel

Deze lezing wil met vele voorbeelden van de schilderijen, beelden en tekeningen van Karel Appel laten zien dat zijn uitspraak dat hij ‘maar wat an rotzooide’ bezijden de waarheid was. Appel koos zijn gereedschap en verf juist ook met zorg, maakte vooraf schetsen met doordachte composities en bestudeerde ter inspiratie werk van Rembrandt, Van Gogh, Picasso en Mondriaan. De nieuwe visie op het werk van Karel Appel is dat het compositorisch doordacht is en – verrassend - ontroerend door de persoonlijke thematiek. De Amsterdamse kapperszoon Karel Appel (1921-2016) beleeft sinds een paar jaar een brede internationale herontdekking met tentoonstellingen in Parijs, München en Washington.

 

2.Art Nouveau in Wenen

In Wenen heerst eind 19e eeuw een eigenaardige sfeer. Net zoals overal in Europa zijn er vele ontwikkelingen geweest op economisch en staatkundig gebied. Er is een oude conservatieve garde die aan cultuur doet en zich niet veel aantrekt van de vele veranderingen. Veranderingen zijn van hen niet te verwachten. Deze kliek duikt liever het Burgtheater in om met genoeglijke knikjes en glimlachje net te doen of de tijd heeft stilgestaan en in de pauze te bespreken hoe de decors waren en het toneelspel. Deze lezing gaat over hoe het uiteindelijk toch lukt om de neuzen voorzichtig een andere kant op te laten draaien. De architect Otto Wagner begint er stapje voor stapje mee. Zijn leerlingen voelden een grotere drang naar vrijheid.  Zij besloten in 1897 om een afscheidingsbeweging op te starten: de Wiener Secession. Om te kunnen exposeren had men een gebouw nodig. Dit werd ontworpen door Olbrich die hiermee in één keer wereldberoemd werd.  De bekostiging kwam met name uit de hoek van de Nouveau Riche. Die nieuwe garde, zoals staalmagnaat Karl Wittgenstein, zag in de nieuwe kunst een mogelijkheid om een gezicht te krijgen tegenover de oude garde.

 

3.Ethiopische iconen

Historisch gezien was Ethiopië een christelijk koninkrijk met sterke banden in zowel handel als religie met de culturen rond de Middellandse Zee. De christelijke traditie van Ethiopië gaat terug tot de 4e eeuw, toen de heerser van het Aksumitische koninkrijk zich tot het christendom bekeerde; tegen de 15e eeuw had deze Afrikaanse natie een traditie van icoonschilderen ontwikkeld die wedijverde met die van de orthodoxe landen. Ethiopische iconen zijn uit de Afrikaanse bodem voortgekomen en zie je er meteen aan af.  De kracht die Ethiopische iconen uitstralen zijn een typisch voorbeeld van de Afrikaanse wortels van deze religieuze kunst. De heldere kleuren en de rudimentaire vormen geven de essentie van het geloof weer zoals de primitieve kunst ook dat ook doet.

 

4.Farah Diba en de kunsten

Farah Diba zei in een interview: Ik ben altijd al gefascineerd geweest door kunst. Toen ik in die positie in Iran was, was ik constant bezig met het promoten van onze Iraanse traditionele kunst, maar tegelijkertijd met het introduceren van hedendaagse en moderne kunst. Ik was vooral geïnteresseerd in moderne schilderijen en sculpturen. Er waren toen een aantal privégalerijen en het ministerie van cultuur had een tweejaarlijkse kunstbeurs en ik was altijd betrokken bij de inauguraties en de ceremonies.

Deze lezing belichten we de belangrijke rol van Farah Diba speelde in het bewaren van het culturele erfgoed van Iran. Ze zette vele bouwprojecten op die nog steeds in gebruik zijn in hedendaags Iran. Tot slot bekijken we haar collectie moderne kunst en wat ermee is gebeurd toen Farah Diba en de sjah in ballingschap gingen. 

 

5.De grote ogen van Kees van Dongen

De ogen trekken je aandacht, omdat Van Dongen ze altijd extra nadrukkelijk en groot weergeeft. Maar natuurlijk gaat het hier ook om de ogen van de schilder zelf. In deze schilderijen toont hij ons zijn werkelijkheid. 'Ik ben geen -isme, ik ben de schilder Kees van Dongen', zei hij zelf. Dat geldt nog steeds. Als je een Van Dongen ziet hangen tussen andere grote schilders, trekt hij onmiddellijk de aandacht. Het is hoog tijd voor een overzichtslezing om een van Nederlands grote schilders opnieuw te ontdekken.

 

6. De wondere wereld van Rachel Ruysch

De Amsterdamse schilderes Rachel Ruysch was de beroemdste vrouwelijke kunstenaar van haar tijd. Rachel was het oudste kind in het gezin van de beroemde botanicus Frederik Ruysch en Maria Post. Ze had al als jong meisje blijk gegeven van aanleg voor tekenen en schilderen. Ongetwijfeld had ze haar talent geërfd van haar moeders familie, die verscheidene kunstenaars telde. Haar grootvader, de architect Pieter Post, was het beroemdst. Zijn broer was de schilder Frans Post. Haar vader onderkende haar talent en stuurde haar in de leer bij Willem van Aelst. In 1693 trouwde ze met de portretschilder Juriaen Pool; ze kregen tien kinderen. De schilderijen van Rachel Ruysch raakten beroemd in heel Europa. Voor een schilderij van Ruysch werd duizend gulden of meer betaald. Haar specialisme was het stilleven. In 1708 werd ze benoemd tot hofschilder van de Keurvorst van de Pfalz. In 1750 werd ze vereerd met een bundel met de gedichten die in de loop der jaren op haar werk waren gemaakt. Het was een uniek gebaar: nooit eerder was op die manier eer bewezen aan een Nederlandse kunstenaar. Rachel Ruysch stierf dat jaar op 12 oktober op 84-jarige leeftijd.